Interview, Robert van Gijssel Volkskrant


Donderdagavond worden de Corporate Fashion Awards 2006 uitgereikt, voor de best ontworpen bedrijfskleding. Bas van Wayenburg, die al bijna 15 jaar, onder meer, personeelskleding ontwerpt, is genomineerd met zijn corporate wear bedrijfskleding voor Staatsbosbeheer, en voor zijn workwear voor Volker Wessels. ‘Ik maak nooit iemand gelukkig.’ Door ROBERT VAN GIJSSEL

 

Kleding voor boswachters: het ontwerpproces begint vast met de kleur groen.

‘Ik begin met een concept. Ik visualiseer welke kant ik op wil, met kernwoorden en visuals. Mijn indrukken van Staatsbosbeheer en boswachters: stoer, robuust, eerlijk, open, toegankelijk, vriendelijk en autoriteit.’

Geef dat maar eens vorm. De boswachterij komt natuurlijk ook nog met een eisenlijst?

‘Boswachters zijn soms ruig, en soms representatief. Ze lopen door braamstruiken, en ontvangen dan eens een commissaris der koningin of Hare Majesteit Zelf. Het gaat trouwens niet uitsluitend om boswachters, daar zijn er niet zoveel van, het gaat ook om veldmedewerkers en medewerkers van bezoekerscentra.

Ze sjouwen veel mee: boekjes, dieptemeters, tangen, verrekijkers. Dat moet uitgekiend opgeborgen worden. En toch moet het allemaal een simpele uitstraling hebben.’

 

Mode?

‘Pas dan ga ik denken over silhouet en kleuren. Ik heb me niet willen committeren aan de kleur groen. Dus heb ik ook heidepaars gebruikt, en oranje T-shirts, waarbij dat oranje is afgeleid van de douglasboom. De autoriteit heb ik vormgegeven door zwarte banden die over de schouders lopen. Het logo zit aan de binnenkant van de kraag, dus als een woordvoerder close up op tv is, zie je altijd dat hij van Staatsbosbeheer is. Dat heb ik afgekeken van schaatsers op tv.’

Ik zie in het boswachtersuniform iets van combat style, met stoere afritsbare elementen, een beetje Carhartt. Behoorlijk modieus.

‘Dank u. Ja, het is de hand van nu. Outdoor hè.’

 

De boswachters zijn u huilend in de armen gevallen?

‘Nou, nee hoor. Kijk, niemand is echt gelukkig met bedrijfskleding. De medewerkers van Staatsbosbeheer ook niet. Ze zijn kritisch op het milieu, kritisch op hun omgeving, dus ook kritisch op hun kleding. Maar ik heb me echt verdiept in hun wensen. Ik heb veertien dagen gecrosst in een Landrover, geluisterd naar wat ze wilden. Geen ritsen onderaan de pijp, omdat dat lastig is met de laarzen? Dan geen ritsen onderaan de pijp. In het tevredenheidsonderzoek scoorde de kleding best goed.’

 

Een keihard vak?

‘Ik doe het al heel lang. Je moet niet ijdel zijn. Ik ontwierp eens kleding voor straatvegers. Ik vond het er echt goed uitzien. Mijn opdrachtgever ook. Op de dag van de introductie liep ik achter drie vegers. Ik was erg blij met wat ik zag. Zei de een: nou, daar lopen we dan weer voor Jan Doedel.’

 

En dan wordt uw werk in de modewereld ook nog ondergewaardeerd?

‘Welnee, zielig gedoe. Functie en comfort zijn heel belangrijk in kleding. Ik ontwerp ook hoogmodische kleding voor het merk Dimaggio. Pakken, overhemden, knitwear, stropdassen en zo. Dat zijn ook werkpakken, waar iemand makkelijk in moet kunnen werken, autorijden en bewegen. Het gaat allemaal om de juiste fit. En het is toch heel knap als je een mooi beeld kunt neerzetten? Je bepaalt mede het straatbeeld. Neem nou de mannen van TNT. Je komt ze overal tegen in hun mooie kleding. Mijn complimenten! ’

 

Verder nog complimenten?

‘Ja, voor de kamermeisjes en obers van het Lloyd Hotel, en voor het personeel van Jamie Oliver. Heel hip en grafisch. Maar er is nog veel te doen. Ik heb een bloedhekel aan de eeuwige blauwe jasjes met de oranje klepzakken, waar bedrijfskleding meestal nog op uitdraait.’

Geplaatst op 2013-12-15 in Interviews

Deel dit bericht

Back to Top